Manus in Brussel: sociale economie die haar waarde bewijst

Tijdens ons Brusiness-bezoek aan de Brusselse vestiging van Manus vzw spraken we met directeur Erik Cryns en regiomanager Jaouad Amhaouly over wat Manus doet, hoe ze het doen én waarom Brussel een verhaal apart is.

Manus is een sociale-economieonderneming actief in schoonmaak, groen, logistiek en renovatie. Met 600 medewerkers en 7 vestigingen is het intussen een stevige speler. Maar ook de financiële cijfers maken indruk, zeker voor een organisatie met als hoofdopdracht mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt heroriënteren en begeleiden. 

Brussel: een structureel ander speelveld

Manus is in Brussel al actief sinds 2010, lang voor de sector van sociale economie hier écht van de grond kwam. En dat speelveld is, tot op vandaag, fundamenteel anders dan in Vlaanderen. In Vlaanderen bestaat er één geïntegreerd maatwerkkader waarbinnen beschutte en sociale werkplaatsen samenwerken. In Brussel is individueel maatwerk voor Nederlandstaligen eigenlijk niet mogelijk: de bevoegdheid is volledig op gewestelijk niveau gelegd, waardoor Vlaamse instrumenten grotendeels buiten spel staan.

Het gevolg is een eigenaardige paradox: in Brussel is de groep mensen die instroomt in de sociale economie relatief sterker dan in Vlaanderen (64% tewerkstellingsgraad vs. 80%), maar er zijn minder instrumenten om hen verder te begeleiden. Artikel 60 bestaat uiteraard maar werkt stroef, OCMW’s kunnen de uitvoering nauwelijks aan. COCOF financiert wel nog bepaalde trajecten langs Franstalige kant, maar aan Nederlandstalige kant dreigt een blinde vlek te ontstaan voor mensen met psychosociale multiproblematiek. Manus benadrukt daarbij nog een bijkomend pijnpunt: ook de maatschappelijke waarde van finaliteitstewerkstelling wordt nog te vaak over het hoofd gezien.

Er is daarnaast voor Manus ook een praktisch probleem. Manus Brussels huurt momenteel een pand van CityDev maar dat gebouw wordt een school. De opzeg loopt tot 2028, maar de renovatie is al gestart. Manus is niet alleen: zo’n vijf organisaties in hetzelfde gebouw zitten in dezelfde situatie. 

De samenwerking met Actiris verloopt gelukkig goed, toch geen vanzelfsprekendheid in een institutioneel complex landschap. Manus bewijst dat het mogelijk is om in Brussel kwalitatief en financieel gezond te ondernemen in de sociale economie, mits de randvoorwaarden kloppen.

Het gesprek met Erik en Jaouad was een herinnering aan iets wat we in het beleid soms vergeten: achter elk instrument zit een organisatie die het waar moet maken. Het is aan het aan beleidsmakers om de structuren te leveren die dat mogelijk houden. Dat blijven we meenemen in ons politieke werk.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Please reload

Please Wait